Onder water wordt niet gepraat zoals op de BSO, maar toch gebeurt er genoeg. Een octopus glijdt voorbij, een krab scharrelt over de bodem en een haai verschijnt ineens uit het donkere water. Kinderen maken in groepjes een korte onderwatervoorstelling.
Kinderen maken een korte theaterscène rondom zeedieren en gebruiken muziek en geluid om de onderwaterwereld tot leven te brengen. Ze kiezen verschillende zeedieren, bedenken een eenvoudige gebeurtenis en onderzoeken hoe hun dier beweegt zonder meteen alles met woorden uit te leggen.
Verzamel afbeeldingen van verschillende zeedieren, zoals een kwal, haai, octopus, dolfijn, zeepaardje, schildpad en krab. Leg blauwe en groene doeken, eenvoudige instrumenten en eventueel materialen voor een decor klaar. Zorg voor een speelvlak waar kinderen veilig kunnen bewegen en verdeel de groep bij voorkeur in groepjes van drie tot vijf kinderen.
Vraag de kinderen hoe een onderwaterwereld eruit zou zien als je die op een podium moest maken. Bespreek hoe verschillende zeedieren bewegen: zweeft een kwal hetzelfde als een krab en zwemt een dolfijn hetzelfde als een schildpad? Laat daarna horen hoe muziek een scène kan veranderen door bijvoorbeeld heel langzaam of juist snel op een trommel te spelen. Vertel dat ieder groepje een eigen onderwaterverhaal gaat maken.
Stap 1: Zeedieren kiezen
Verdeel de kinderen in kleine groepjes en laat ieder kind een zeedier kiezen. Geef kort tijd om de beweging van het dier uit te proberen en bespreek hoe groot, snel, zwaar of sierlijk het dier beweegt. Kinderen hoeven hun dier niet realistisch na te doen; herkenbaarheid en fantasie zijn belangrijker.
Stap 2: Verhaal verzinnen
Ieder groepje bedenkt een eenvoudige gebeurtenis met een begin, midden en einde. Een dolfijn kan bijvoorbeeld iets kwijt zijn, een krab vindt een vreemd voorwerp of een school vissen ziet plotseling een haai. Houd het verhaal klein, zodat de kinderen vooral kunnen spelen in plaats van twintig minuten te vergaderen over het scenario.
Stap 3: Geluid verzinnen
Laat de groepjes bedenken welke geluiden bij hun scène passen. Met een regenmaker klinkt bijvoorbeeld water, een trommel kan een dreigende haai aankondigen en zachte belletjes passen bij kleine vissen. Ook stemmen en lichaamsgeluiden mogen gebruikt worden.
Stap 4: Oefenen
De kinderen oefenen hun scène met beweging, geluid en eventueel korte gesproken tekst. Help hen om duidelijke afspraken te maken over wie begint, wanneer de muziek verandert en hoe het verhaal eindigt. Laat ieder groepje minimaal één keer volledig repeteren.
Stap 5: Diepzee voorstelling!
Maak een speelplek en laat de groepjes hun voorstelling aan elkaar zien. De toeschouwers mogen na iedere scène raden welke dieren ze zagen en welke sfeer de muziek gaf. Geef applaus voor ieder groepje en houd de reacties positief en kort.
Makkelijker: Geef groepjes een eenvoudige situatie, zoals een dier zoekt eten of twee dieren ontmoeten elkaar. Hierdoor hoeven ze alleen rollen en bewegingen te bedenken.
Moeilijker: Laat kinderen een verandering van sfeer verwerken, bijvoorbeeld van rustig naar spannend en daarna weer vrolijk. De muziek moet deze verandering ondersteunen.
Variatie of extra uitdaging: Laat één of twee kinderen geluidstechnicus zijn en live de geluiden verzorgen terwijl anderen spelen. Ook kunnen kinderen met doeken eenvoudige golven, zeewier of stroming maken.
Ga na de laatste voorstelling samen zitten en bespreek welke geluiden meteen deden denken aan de zee. Vraag welke bewegingen ervoor zorgden dat een zeedier herkenbaar werd zonder dat iemand de naam hoefde te zeggen. Benoem de samenwerking en originele oplossingen die je hebt gezien. Sluit af door samen één grote denkbeeldige golf te maken die het hele onderwaterpodium weer wegspoelt.
De activiteit kan zowel binnen als buiten worden gedaan, zolang er genoeg ruimte is op groepjes uiteen te laten gaan.
Cognitieve ontwikkeling
Kinderen bouwen een eenvoudige scène op met een begin, ontwikkeling en einde. Ze denken na over welke bewegingen en geluiden passen bij verschillende zeedieren en sferen.
Sociaal-emotionele ontwikkeling
Kinderen werken samen aan één voorstelling en verdelen rollen en taken. Tijdens het optreden leren ze vertrouwen op elkaar en waardering tonen voor andere groepjes.
Motorische ontwikkeling
Kinderen gebruiken hun hele lichaam om verschillende manieren van zwemmen, kruipen, zweven en bewegen uit te beelden. Ze oefenen lichaamscontrole en ruimtelijk bewustzijn.
Taalontwikkeling
Tijdens het bedenken van de scène overleggen kinderen, formuleren ze ideeën en maken ze afspraken. Eventuele gesproken tekst en het nabespreken van de voorstelling stimuleren hun mondelinge taalvaardigheid.
Kunstzinnige ontwikkeling
Kinderen combineren theater, muziek, beweging en eenvoudige vormgeving in één presentatie. Ze ontdekken dat muziek en beweging een verhaal kunnen vertellen zonder veel tekst.