In deze activiteit doorlopen de kinderen verschillende sportonderdelen die geïnspireerd zijn op bijzondere prestaties uit het dierenrijk.
Bouw vooraf vijf sportonderdelen op en controleer zorgvuldig de ruimte, ondergrond en gebruikte materialen. Maak eenvoudige scorekaarten waarop kinderen resultaten kunnen bijhouden, zonder dat er één totaalklassement hoeft te ontstaan. Werk met groepjes van drie of vier kinderen die langs de onderdelen rouleren.
Vraag de kinderen welk dier volgens hen de beste sporter van de wereld zou zijn en laat ze hun keuze uitleggen. Bespreek dat dit afhangt van de sport: een cheeta wint waarschijnlijk de sprint, maar je hebt weinig aan hem bij een wedstrijd onder water. Leg uit dat de groep verschillende dierlijke kwaliteiten gaat testen in de Animal Olympics. Doe daarna samen een korte warming-up voordat de teams starten.
Stap 1: Cheeta sprint
Zet een korte sprintbaan uit van ongeveer 15 tot 25 meter, afhankelijk van de beschikbare ruimte. Kinderen sprinten één voor één of in tweetallen naar de finish en een groepsgenoot houdt de tijd bij. Na een eerste poging mogen ze bedenken wat ze kunnen veranderen en eventueel proberen hun eigen tijd te verbeteren.
Stap 2: Kangoeroesprong
Markeer een startlijn en laat kinderen vanuit stilstand zo ver mogelijk met twee voeten naar voren springen. Een groepsgenoot markeert de landingsplek en meet of vergelijkt de afstand. Zorg voor een zachte en vlakke landingsplek en benadruk een gecontroleerde landing.
Stap 3: Flamingobalans
Maak een balansroute met lijnen, lage obstakels of stabiele materialen. Kinderen moeten de route rustig afleggen en onderweg een aantal seconden op één been blijven staan. Voor extra uitdaging kunnen zij een zachte bal vasthouden of op een afgesproken punt van been wisselen.
Stap 4: Mierenkracht
Het team krijgt meerdere lichte materialen die van punt A naar punt B gebracht moeten worden, bijvoorbeeld zachte ballen, pittenzakken of kleine blokken. Er gelden beperkingen: ieder kind mag maar één of twee voorwerpen tegelijk dragen en het team moet alles binnen een bepaalde tijd verplaatsen. Hierdoor draait het onderdeel om samenwerken en efficiënt organiseren in plaats van puur om kracht.
Stap 5: Octopus challenge
Maak een precisieonderdeel waarbij kinderen vanuit één vaste plek meerdere taken achter elkaar uitvoeren, bijvoorbeeld een bal gooien, een pittenzak in een hoepel mikken en vervolgens een voorwerp met de voet verplaatsen. Het idee is dat ze net als een octopus verschillende ledematen slim gebruiken. Laat ze eerst oefenen en daarna proberen de hele reeks zo gecontroleerd mogelijk uit te voeren.
Makkelijker: Verkort afstanden, maak balansroutes breder en geef meer tijd voor samenwerkingsopdrachten. Laat kinderen hun scores vooral vergelijken met hun eigen eerste poging.
Moeilijker: Voeg per onderdeel een tweede niveau toe, bijvoorbeeld een langere sprint, extra precisiedoel of moeilijkere balansroute. Kinderen kiezen zelf wanneer ze klaar zijn voor het volgende niveau.
Variatie of extra uitdaging: Laat ieder team zelf een zesde olympisch onderdeel ontwerpen op basis van een bijzonder dier. Ze bedenken de regels, testen het onderdeel en laten daarna een ander team deelnemen.
Laat de teams rustig uitlopen en bekijk samen de scorekaarten. Vraag bij welk onderdeel ze zichzelf het meest verrasten en welke dierlijke eigenschap ze het liefst zouden willen hebben. Benoem persoonlijke verbetering, samenwerking en inzet in plaats van alleen de hoogste scores. Sluit af met een gezamenlijke Animal Olympics-groet of teamfoto.
Binnen of buiten, bij voorkeur op een groot plein, grasveld of in een sportzaal waar meerdere onderdelen tegelijk veilig kunnen plaatsvinden. Houd sprint- en springbanen vrij van andere activiteiten. Zorg dat teams duidelijk weten in welke richting zij rouleren.
Cognitieve ontwikkeling
Kinderen denken na over strategie, techniek en manieren om hun eigen resultaat te verbeteren. Ze leggen daarnaast verbanden tussen dierlijke eigenschappen en de bijpassende sportchallenge.
Sociaal-emotionele ontwikkeling
Kinderen oefenen met sportiviteit, samenwerken en omgaan met verschillende prestaties binnen een team. Ze leren waardering hebben voor kwaliteiten die anders zijn dan hun eigen sterke punten.
Motorische ontwikkeling
De onderdelen spreken snelheid, explosiviteit, balans, precisie, coördinatie en lichaamscontrole aan. Door verschillende bewegingsvormen krijgen kinderen een brede sportieve uitdaging.
Taalontwikkeling
Kinderen maken onderling afspraken, geven elkaar aanwijzingen en bespreken strategieën voor de verschillende onderdelen. Bij het ontwerpen van een eigen challenge moeten ze regels helder kunnen uitleggen.
Rekenontwikkeling
Kinderen meten afstanden, houden tijden bij en vergelijken eigen pogingen. Ze gebruiken cijfers praktisch binnen een sportieve context zonder dat de activiteit verandert in een rekenles.