Een woningwijk wil uitbreiden, een natuurgebied wordt kleiner.. Wat is goed voor de dieren, de mensen en de omgeving? Tijdens de dierenraad krijgen kinderen situaties en bepalen zij samen wat volgens hen de beste oplossing is.
Kinderen gaan aan de slag met herkenbare situaties waarin mensen keuzes maken die gevolgen hebben voor dieren. In kleine groepjes bekijken ze verschillende belangen en bedenken ze een oplossing die praktisch én zo goed mogelijk voor het dier is.
Maak vooraf vier tot zes situatiekaarten en leg per groep papier en stiften klaar. Kies onderwerpen die passen bij de leeftijd, zoals huisdieren, dierentuinen, wilde dieren, afval in de natuur, infrastructuur of nieuwe woonwijken.
Vertel dat de kinderen vandaag plaatsnemen in de Dierenraad en beslissingen moeten nemen over situaties waarin dieren en mensen elkaar tegenkomen. Start met een luchtig voorbeeld: een buurman wil een geit op zijn balkon houden – goed plan of misschien toch even verder denken? Laat kinderen kort reageren en vraag vooral waarom ze iets vinden. Leg daarna uit dat iedere groep een situatie krijgt waarvoor ze samen een oplossing moeten bedenken.
Stap 1: Oefenen met situaties
Verdeel de kinderen in groepjes en laat ieder groepje een situatiekaart kiezen. Bijvoorbeeld: een park wil ’s avonds langer openblijven terwijl er veel dieren leven, iemand wil een exotisch dier als huisdier of bezoekers blijven dieren voeren terwijl dat niet de bedoeling is. Laat de kinderen eerst samen vaststellen wat er precies aan de hand is.
Stap 2: Wat is belangrijk?
Laat de kinderen opschrijven wie of wat bij de situatie betrokken is. Dat kunnen het dier, bezoekers, buurtbewoners, eigenaren of de natuur zijn. Vervolgens bekijken ze wat ieder nodig of belangrijk zou kunnen vinden.
Stap 3: Bedenk drie oplossingen
Ieder groepje bedenkt minimaal drie mogelijke oplossingen, ook als sommige ideeën in eerste instantie een beetje gek klinken. Daarna bekijken ze per oplossing de voor- en nadelen. Stimuleer kinderen om verder te denken dan alleen wat voor mensen het gemakkelijkst is.
Stap 4: Neem een besluit
Het groepje kiest uiteindelijk de oplossing die volgens hen het beste werkt. Ze formuleren twee of drie argumenten waarmee ze hun besluit aan de rest van de Dierenraad kunnen uitleggen. Iedereen hoeft het volledig eens te zijn; een afwijkende mening mag benoemd worden.
Stap 5: De Dierenraad vergadert
De groepjes presenteren hun situatie en besluit aan elkaar. De andere kinderen mogen vragen stellen of een alternatief voorstellen. Jij begeleidt het gesprek en bewaakt dat verschillende meningen besproken kunnen worden zonder dat het een wedstrijd wordt om wie het hardst gelijk heeft.
Makkelijker: Geef bij iedere situatie drie mogelijke oplossingen waaruit kinderen kunnen kiezen. Laat ze vervolgens uitleggen waarom ze voor één oplossing kiezen.
Moeilijker: Voeg extra belangen toe aan een situatie, bijvoorbeeld een ondernemer, buurtbewoners of natuurbeschermers. Hierdoor wordt het lastiger om een oplossing te vinden die voor iedereen werkt.
Variatie of extra uitdaging: Laat kinderen zelf een situatiekaart maken voor een volgend groepje. Ze moeten daarbij zorgen dat er meerdere mogelijke oplossingen zijn en niet één overduidelijk antwoord.
Bespreek welke situaties het lastigst waren en of iemand tijdens het overleg van mening veranderde. Vraag wat volgens de kinderen belangrijk is wanneer mensen beslissingen nemen die dieren raken. Benoem dat goed nadenken soms betekent dat je verschillende belangen moet meenemen. Sluit luchtig af door de Dierenraad officieel te ontbinden tot het volgende dierenprobleem zich aandient.
Deze activiteit kan zowel binnen als buiten worden gedaan, indien er ruimte genoeg is om in kleine groepjes apart aan het werk te gaan.
Cognitieve ontwikkeling
Kinderen bekijken een situatie vanuit verschillende kanten en leren gevolgen van keuzes afwegen. Ze bedenken meerdere oplossingen en gebruiken argumenten om uiteindelijk tot een besluit te komen.
Sociaal-emotionele ontwikkeling
Kinderen oefenen met luisteren naar andere meningen, samenwerken en rekening houden met verschillende belangen. Ze ervaren dat je het met iemand oneens kunt zijn en toch samen tot een oplossing kunt komen.
Taalontwikkeling
Kinderen formuleren hun mening, geven argumenten en stellen vragen aan andere groepjes. Ze oefenen met duidelijk uitleggen, luisteren en reageren op wat een ander zegt.