Vandaag verandert de groep in een orkest vol bijen, sprinkhanen, kevers en vlinders. Kinderen ontdekken dat je met je stem, lijf en eenvoudige instrumenten allerlei insectengeluiden kunt maken.
Kinderen ontdekken verschillende insecten door hun bewegingen en geluiden na te bootsen. Ze experimenteren met hard en zacht, snel en langzaam en gebruiken hun lichaam en eenvoudige instrumenten om een eigen insectengeluid te maken.
Leg eenvoudige instrumenten klaar, zoals ritmestokjes, sambaballen, tamboerijnen en belletjes, en verzamel afbeeldingen van verschillende insecten. Zorg voor een lege ruimte waarin kinderen kunnen bewegen en spreek af welke instrumenten op welke manier gebruikt moeten worden.
Laat een paar afbeeldingen van insecten zien en bespreek hoe deze dieren bewegen en welk geluid ze misschien maken. Vraag hoe een bij klinkt, hoe een sprinkhaan beweegt en of een vlinder eigenlijk veel geluid maakt. Leg daarna uit dat jullie vandaag geen gewoon orkest vormen, maar een insectenorkest. Ieder insect krijgt zijn eigen geluid én beweging.
Stap 1: Ontdek de insecten
Bekijk samen verschillende insecten, zoals een bij, vlinder, kever, mier en sprinkhaan. Laat kinderen voordoen hoe zij denken dat ieder insect beweegt en klinkt. Benoem dat sommige insecten duidelijk geluid maken en andere juist bijna stil zijn.
Stap 2: Maak insectengeluiden
Experimenteer samen met stemmen en lichaamsgeluiden. Zo kan een bij zoemen, een sprinkhaan met ritmestokjes tikken en een kever met langzame stampen door de ruimte lopen. Laat kinderen zelf bedenken welk geluid goed bij een insect past.
Stap 3: Kies jouw insect
Ieder kind kiest een insect en daarbij een geluid of instrument. Geef kort tijd om het eigen insect te oefenen: hoe beweegt het, hoe snel gaat het en wanneer maakt het geluid? Help kinderen die moeilijk kunnen kiezen door twee mogelijkheden aan te bieden.
Stap 4: Dirigeer het insectenorkest
Ga voor de groep staan als dirigent en wijs steeds verschillende insecten aan. Alleen de aangewezen insecten maken hun geluid en beweging; bij beide armen omhoog mag iedereen tegelijk spelen. Wissel tussen zacht, hard, snel, langzaam en helemaal stil.
Stap 5: Het grote insectenconcert
Speel tot slot samen één kort concert. Laat een kind eventueel de rol van dirigent overnemen en bepalen welke insecten aan de beurt zijn. Eindig door alle insecten langzaam stiller te laten worden, alsof de tuin ’s avonds tot rust komt.
Makkelijker: Kies drie insecten en geef ieder insect vooraf één vaste beweging en één vast geluid. Kinderen hoeven dan alleen hun eigen onderdeel te onthouden.
Moeilijker: Laat kinderen reageren op verschillende tekens van de dirigent voor harder, zachter, sneller en langzamer. Ze moeten dan goed blijven kijken én luisteren.
Variatie of extra uitdaging: Maak samen een insectenoptocht waarbij de kinderen al spelend door de ruimte bewegen. Je kunt ook verschillende plekken maken, zoals een bloemenveld, mierennest en hoge grassprieten.
Laat alle insecten neerstrijken in een kring en leg de instrumenten rustig neer. Vraag welke geluiden goed bij de dieren pasten en welk insect het grappigst was om te spelen. Benoem hoe goed de kinderen naar elkaar en naar de dirigent luisterden. Daarna mogen de bijen, kevers en sprinkhanen weer veranderen in gewone BSO-kinderen.
De activiteit kan zowel binnen als buiten uitgevoerd worden, zolang er voldoende plek is om te bewegen.