Een gazelle moet snel zijn, een vos moet slim bewegen en een muis moet soms vooral zorgen dat niemand hem ziet. In dit actieve tikspel kruipen kinderen in de rol van verschillende roof- en prooidieren.
De kinderen spelen verschillende beweegspellen rondom roofdieren en prooidieren. Daarbij oefenen ze met sprinten, ontwijken, reageren, samenwerken en tactische keuzes maken. Iedere ronde krijgt een andere dierencombinatie, waardoor het spel steeds verandert: een cheeta jaagt anders dan een arend en een konijn ontsnapt anders dan een vis.
Baken met pionnen een ruim maar overzichtelijk speelveld af en maak enkele veilige zones met hoepels of lijnen. Leg gekleurde lintjes klaar om verschillende dierenrollen herkenbaar te maken. Controleer de ondergrond en verwijder losse spullen of obstakels waar kinderen tijdens het rennen over kunnen struikelen.
Vraag de kinderen wat een prooidier nodig heeft om niet opgegeten te worden en wat een roofdier juist nodig heeft om succesvol te jagen. Bespreek eigenschappen als snelheid, opletten, camouflage, samenwerken en slim kiezen wanneer je beweegt. Leg uit dat ze verschillende dierenrollen gaan spelen en dat niet in iedere ronde de snelste automatisch wint.
Stap 1: Haas tegen vos
Wijs één of twee kinderen aan als vos en de rest start als haas. De hazen proberen van de ene veilige zone naar de andere te komen zonder getikt te worden. Een getikte haas wordt in de volgende ronde vos, waardoor het speelveld steeds spannender wordt.
Stap 2: De arend boven het veld
Eén of twee kinderen zijn arenden en staan in een centrale zone. De overige kinderen zijn muizen die verschillende voedselpunten moeten bereiken en daarna terug naar hun hol moeten komen. De arenden mogen alleen tikken wanneer een muis onderweg is, waardoor kinderen moeten kiezen wanneer het slim is om te vertrekken.
Stap 3: School vissen tegen de haai
Verdeel kinderen in kleine groepjes die samen een school vissen vormen. Ze bewegen dicht bij elkaar van de ene kant naar de andere, terwijl één haai probeert een buitenste vis te tikken. De vissen mogen van positie wisselen en ontdekken dat bewegen als groep bescherming kan geven.
Stap 4: Camouflage ronde
Speel een ronde waarin kinderen juist niet zo snel mogelijk hoeven te bewegen. Eén kind is roofdier en telt met de ogen dicht terwijl de andere dieren een plek zoeken binnen het speelveld waar zij zo min mogelijk opvallen. Daarna mag het roofdier vanaf een vaste plek proberen kinderen te ontdekken, zonder rond te lopen.
Stap 5: Kies de beste overlevingsstrategie
Laat de kinderen voor de laatste ronde kiezen welke spelvorm terugkomt of combineer twee onderdelen. Bespreek vooraf kort welke strategie zij willen gebruiken: snelheid, wachten, samenwerken of goed kijken. Speel daarna nog één actieve slotronde.
Makkelijker: Vergroot de veilige zones en gebruik slechts één tikker. Houd de rondes kort zodat rollen regelmatig wisselen.
Moeilijker: Maak de veilige zones kleiner of voeg opdrachten toe, zoals een voedselvoorwerp meenemen voordat kinderen terug mogen naar hun hol.
Variatie of extra uitdaging: Voeg dieren toe met bijzondere manieren van verdedigen, zoals een stinkdier met een tijdelijke stopzone of een gordeldier dat kort veilig is wanneer het stil in een hoepel staat.
Laat de kinderen na de laatste ronde rustig uitlopen en verzamel ze bij elkaar. Vraag welke strategie het beste werkte en of snelheid altijd de belangrijkste eigenschap bleek te zijn. Bespreek kort hoe verschillende dieren in de natuur op andere manieren ontsnappen of jagen. Geef complimenten voor sportief spel en goed samenwerken.
Buiten op een ruim plein of grasveld, of binnen in een grote speelzaal. Het speelveld moet overzichtelijk en vrij van obstakels zijn. Zorg voor duidelijke grenzen en voldoende ruimte rond veilige zones.
Cognitieve ontwikkeling
Kinderen denken na over timing, ruimte en verschillende strategieën binnen het spel. Ze leren hun aanpak aanpassen aan de dierenrol en aan wat andere spelers doen.
Sociaal-emotionele ontwikkeling
Kinderen oefenen met omgaan met winnen en verliezen, samenwerken en sportief reageren. Ze leren rekening houden met andere spelers binnen een actief en competitief spel.
Motorische ontwikkeling
Sprinten, stoppen, draaien en ontwijken ontwikkelen snelheid, coördinatie en wendbaarheid. Kinderen oefenen daarnaast met reageren op veranderende situaties in het speelveld.
Taalontwikkeling
Kinderen luisteren naar spelregels, bespreken strategieën en overleggen tijdens groepsopdrachten. Ze gebruiken begrippen rondom dieren, bewegen en ruimtelijke keuzes.