Waar zitten je knieën eigenlijk? En gaan deze ook wel eens trillen als je bang bent? Voelt je buik anders als je blij bent dan wanneer je boos bent? In deze activiteit duiken de kinderen spelenderwijs in hun eigen lijf. We praten, bewegen en tekenen, maar ontdekken ook dat elk lijf anders is.
Kies een moment waarop het niet superdruk is op de groep. Zorg voor een lege tafel en leg grote vellen papier en kleurpotloden klaar.
Start de activiteit in een kleine kring en leg kort uit dat je het vandaag gaat hebben over het eigen lichaam. Wijs bij jezelf van alles aan en nodig de kinderen uit om mee te doen en lichaamsdelen te benoemen. Kies ook moeilijkere lichaamsdelen, zoals het sleutelbeen, je spaakbeen of je stuitje.
Stap 1: Lijf ontdekken
Samen benoem je verschillende lichaamsdelen. Je kan bijvoorbeeld ook zelf aanwijzen en dat de kinderen het lichaamsdeel benoemen. Je hoeft niks te corrigeren, enkel herhalen als het niet juist is is ook genoeg.
Stap 2: Gevoelens in je lijf
Maak de koppeling naar gevoelens ervaren in je lichaam. Zeg bijvoorbeeld dat als je blij bent, je wel eens in de lucht wil springen. Laat de kinderen dat doen. Hebben ze zelf nog voorbeelden wat ze doen als ze blij zijn? Is dit bijvoorbeeld lachen, rondjes draaien, hard willen rennen? Waar voel jij blijdschap in je lichaam?
Vraag bijvoorbeeld hoe hun lijf eruit ziet als ze moe zijn. Kinderen mogen dit laten zien en er ook woorden aangeven als ze dat lukt. Benoem wat je ziet. Vraag ook hier weer waar kinderen in hun lijf voelen dat ze moe zijn.
Laat de kinderen voordoen hoe hun lijf staat als ze boos zijn. Maken ze bijvoorbeeld vuisten? Stampen ze met hun voeten? Staat er een frons op hun gezicht? Benoem wat je ziet en vraag waar kinderen de boosheid in hun lijf voelen.
Ga zo meerdere emoties af. Denk ook aan verdrietig. Laat ze weer een positie aannemen waarop zij laten zien dat ze verdrietig zijn. Misschien laten ze hun schouders hangen, gaat hun hoofd naar beneden of wrijven ze in hun ogen. Maak ook hier weer de koppeling naar in welk lichaamsdeel voornamelijk gevoeld kan worden.
Dit kun je herhalen met andere gevoelens zoals geschrokken, ontspannen/ rustig, angstig, zenuwachtig, verlegen, trots en gefrustreerd. Stuur niet te veel maar kijk of de kinderen zelf met andere gevoelens komen. Vraag per gevoel of emotie waar ze dit in hun lijf voelen.
Stap 3: Tekenen!
Iedereen krijgt een groot vel papier. De kinderen mogen zichzelf tekenen, van kop tot teen. Sommige kinderen zullen beginnen met het hoofd en de ander weer met de benen. Het ene kind zal gedetailleerd tekenen, de andere niet. Loop rond en reageer op wat je ziet, maar zonder oordeel!
Sluit gezamenlijk af en vraag of iemand de tekening wil laten zien. Het kan zijn dat er kinderen zijn die nog niet klaar zijn en er later aan verder willen werken. Dat is natuurlijk ook goed! Zorg in de nabespreking dat je positief blijft en benaderd dat iedereen een ander lijf heeft en ook de emoties allemaal anders voelt. Een verdere conclusie is niet nodig.
Een rustige groepsruimte met plek om in de kring te zitten en aan tafel of op de grond te tekenen.
Cognitieve ontwikkeling
Kinderen leren hun eigen lichaam beter kennen door lichaamsdelen te benoemen en te herkennen. Ze ontdekken dat gevoelens invloed hebben op hoe hun lijf aanvoelt en beweegt.
Sociaal-emotionele ontwikkeling
Kinderen ervaren dat hun gevoelens er mogen zijn en dat iedereen anders is. Door samen te kijken en te delen groeit hun zelfvertrouwen en begrip voor elkaar.
Motorische ontwikkeling
Door bewegen en uitbeelden oefenen kinderen hun grove motoriek. Het tekenen van zichzelf stimuleer de fijne motoriek.
Kunstzinnige ontwikkeling
Kinderen drukken zichzelf creatief uit door hun lijf en gevoelens te tekenen. Ze ervaren dat er geen goed of fout is in creatief bezig zijn.
Taalontwikkeling
Kinderen leren nieuwe woorden voor lichaamsdelen en gevoelens. Ze oefenen met het benoemen van wat ze doen en voelen.