Je ademt de hele dag door, maar hoe krachtig is jouw adem eigenlijk? In deze activiteit ontdekken kinderen dat hun adem lucht kan verplaatsen en dingen in beweging kan zetten. Door verschillende proefjes ervaren ze letterlijk wat hun longen en ademhaling kunnen doen.
In deze activiteit onderzoeken kinderen hoe adem werkt als krachtbron. Ze gebruiken hun eigen adem om lichte materialen te laten bewegen en vergelijken wat er gebeurt bij zacht, hard, lang en kort blazen. Het draait om ontdekken, testen en ervaren met het eigen lijf, niet om winnen of meten. Kinderen leren dat hun lichaam een actief onderdeel is van techniek.
Zorg voor een rustige ruimte met tafels waar kinderen goed rondom kunnen staan. Leg materialen klaar zoals rietjes, wattenbolletjes, pingpongballen, lege bekers en eventueel kartonnen stroken om kleine parcoursen te maken. Controleer of iedereen weet dat rietjes alleen worden gebruikt om door te blazen. Zet de materialen per proefje overzichtelijk klaar, zodat kinderen zelfstandig kunnen werken.
Je start in de kring met een korte vraag: waar gebruik je je adem allemaal voor? Denk aan praten, rennen, zingen of kaarsjes uitblazen. Daarna laat je kinderen hun hand voor hun mond houden en zacht en hard blazen, zodat ze de luchtstroom voelen. Je legt uit dat lucht onzichtbaar is, maar wel kracht heeft. Vandaag gaan ze die kracht zichtbaar maken met proefjes.
Stap 1: Zacht en hard blazen
Kinderen beginnen met een wattenbolletje op tafel. Ze blazen eerst zacht en daarna hard en kijken wat het verschil is. Ze ontdekken dat harder blazen zorgt voor meer beweging. Jij stimuleert om meerdere keren te proberen en goed te kijken.
Stap 2: Gericht blazen
Met een rietje blazen kinderen het wattenbolletje of een pingpongbal vooruit. Ze merken dat blazen door een rietje gerichter is dan zonder. Je laat ze testen welke manier beter werkt om iets precies te sturen.
Stap 3: Adem-parcours
Je maakt kleine parcoursen met karton of bekers waar de watten of bal doorheen moet. Kinderen proberen met hun adem het materiaal door het parcours te krijgen.
Stap 4: Vergelijken en ontdekken
Kinderen vergelijken hun ervaringen: wat werkte beter, zacht of hard blazen, dichtbij of verder weg? Jij helpt hen woorden te geven aan wat ze merken. Er is ruimte om opnieuw te testen en strategieën aan te passen.
Je sluit af met een korte gezamenlijke terugblik. Je vraagt wat het makkelijkst en wat het lastigst was. Daarna doen jullie samen een rustige ademhalingsoefening: diep inademen door de neus en langzaam uitblazen door de mond. Zo komt het lijf weer tot rust.
Tafelruimte waar kinderen staand of zittend kunnen experimenteren, met voldoende afstand tussen de proefjes.
Cognitieve ontwikkeling
Kinderen onderzoeken oorzaak en gevolg door verschillende manieren van blazen te vergelijken. Ze leren dat kleine veranderingen groot effect kunnen hebben.
Motorische ontwikkeling
Kinderen oefenen controle over hun ademhaling en fijne motoriek bij het gericht blazen.
Sociaal-emotionele ontwikkeling
Kinderen leren samenwerken, wachten op hun beurt en omgaan met frustratie als iets niet meteen lukt.
Taalontwikkeling
Kinderen verwoorden wat ze zien en ervaren en leren nieuwe woorden rondom lucht en beweging.