Koud gras, ruwe boomschors, zachte blaadjes: buiten voelt alles anders. In deze activiteit gaan jonge kinderen de natuur ontdekken met hun hele lijf. Kijken, voelen, lopen, hurken en ervaren staan centraal.
In deze activiteit laat je kinderen ontdekken dat hun lijf een belangrijk hulpmiddel is om de natuur te verkennen. Ze gebruiken hun handen, voeten, ogen en soms zelfs hun wangen om verschillende natuurlijke materialen te voelen en te ervaren. Het doel is niet kennis opdoen, maar zintuiglijk beleven. Kinderen leren dat buiten zijn betekent dat je lijf actief meedoet.
Kies een veilige buitenplek, zoals de tuin, het plein of een parkje. Let natuurlijk op oudertoestemming en overige zaken! Loop vooraf even een rondje om te kijken welke natuurlijke materialen er te vinden zijn, zoals gras, zand, stenen, bladeren of boomstammen. Zorg dat kinderen jassen aanhebben die vies mogen worden. Neem eventueel een kleed mee om op te zitten.
Je verzamelt de kinderen buiten in een kleine kring. Je vertelt dat ze vandaag met hun hele lijf de natuur gaan ontdekken. Je laat zien hoe je voorzichtig voelt aan een blad of een steen. Je benoemt dat alles anders kan voelen en dat dat helemaal oké is.
Stap 1: Voeten aan het werk
Laat kinderen rustig lopen over verschillende ondergronden: stoep, gras, zand. Ze mogen beschrijven hoe het voelt door woorden of gebaren. Jij benoemt verschillen zoals hard, zacht of koud.
Stap 2: Handen voelen
Kinderen voelen aan bladeren, boomschors, stenen of zand. Je stimuleert om zacht te voelen en niet te trekken of kapot te maken.
Stap 3: Groot en klein bewegen
Laat kinderen groot maken (armen wijd als een boom) en klein (hurken als een muis). Zo gebruiken ze hun hele lijf in de buitenruimte.
Stap 4: Even stilstaan
Laat kinderen even zitten of staan en luisteren: wat hoor je buiten? Vogels, wind, stemmen? Dit brengt rust na het bewegen.
Je sluit af door samen te benoemen wat het fijnst voelde. Je laat kinderen hun handen afkloppen en helpt bij het weer netjes worden voordat jullie naar binnen gaan.
Blijf dichtbij, geef het goede voorbeeld in voorzichtig omgaan met natuur en benoem ervaringen zonder oordeel. Dwing kinderen niet om iets aan te raken wat ze spannend vinden.
Buitenruimte met natuurlijke elementen, zoals gras, zand, bomen of struiken, waar kinderen vrij en veilig kunnen bewegen.
Motorische ontwikkeling
Kinderen oefenen lopen, hurken en voelen en ontwikkelen hun grove motoriek. Ze vergroten hun lichaamsbesef door verschillende ondergronden en bewegingen.
Sociaal-emotionele ontwikkeling
Kinderen ervaren veiligheid door in hun eigen tempo te mogen ontdekken. Samen beleven versterkt het gevoel van verbondenheid.
Cognitieve ontwikkeling
Kinderen leren verschillen herkennen tussen materialen en structuren. Ze ontdekken oorzaak en gevolg door voelen en bewegen.
Taalontwikkeling
Kinderen leren woorden geven aan wat ze voelen en zien. Ze breiden hun woordenschat uit door ervaringen te benoemen.