Op een onbewoond eiland moet je het écht samen doen. Geen juf, geen ouders… dus wie bepaalt de regels?
Kinderen bedenken in kleine groepjes regels voor het samenleven op een onbewoond eiland en werken deze uit in een visuele poster. Ze denken na over wat nodig is om het voor iedereen veilig, eerlijk en leuk te houden.
Leg grote vellen papier, stiften en eventueel kleurpotloden klaar. Zorg voor groepjes van 3–4 kinderen.
Neem de kinderen mee in het verhaal dat ze samen op een onbewoond eiland leven. Er is niemand die regels bepaalt, dus ze moeten dit zelf doen. Laat ze nadenken over situaties: wat gebeurt er als iedereen zomaar doet wat hij wil? En wat heb je nodig om het samen fijn te hebben?
Leg uit dat ze hun eigen eilandregels gaan maken en dat deze straks worden gepresenteerd aan de groep.
Stap 1: Verkennen van samenleven
Start met een kort groepsgesprek. Kinderen denken na over wat er mis kan gaan zonder regels, zoals ruzie, oneerlijk delen of onveilig gedrag. Jij begeleidt dit gesprek en zorgt dat verschillende ideeën aan bod komen. Zo ontstaat bewustzijn dat regels een functie hebben.
Stap 2: Brainstormen in groepjes
Kinderen gaan in kleine groepjes zitten en bedenken zoveel mogelijk regels voor hun eiland. Jij loopt rond, stelt verdiepende vragen en helpt hen om verder te denken dan alleen voor de hand liggende regels. Denk aan vragen over eerlijkheid, samenwerken en zorgen voor elkaar.
Stap 3: Kiezen en onderbouwen
Elk groepje kiest 3 tot 5 belangrijke regels. Ze bespreken samen waarom juist deze regels belangrijk zijn. Jij stimuleert dat kinderen hun keuzes onderbouwen en naar elkaar luisteren.
Stap 4: Uitwerken op poster
Kinderen maken een poster met hun regels. Ze schrijven de regels op en maken er tekeningen bij zodat het duidelijk en aantrekkelijk wordt. Jij moedigt creativiteit aan en helpt bij het formuleren van duidelijke zinnen.
Stap 5: Presenteren aan de groep
Elk groepje presenteert zijn eilandregels. Ze vertellen waarom deze regels belangrijk zijn. Jij begeleidt het luisteren en stimuleert dat andere kinderen vragen stellen of reageren.
Stap 6: Vergelijken en verdiepen
Bespreek samen de overeenkomsten en verschillen tussen de groepjes. Jij legt de link naar de echte wereld: regels thuis, op school en op de BSO. Kinderen ontdekken dat veel regels overal terugkomen.
Stap 7: Gezamenlijke eilandregels maken
Sluit af door samen 3–5 gezamenlijke eilandregels te kiezen. Jij begeleidt dit proces en zorgt dat iedereen zich gehoord voelt. Dit maakt het concreet en verbindend.
Makkelijker:
Geef voorbeelden van regels of werk met pictogrammen waar kinderen uit kunnen kiezen.
Moeilijker:
Laat kinderen nadenken over wat er gebeurt als iemand zich niet aan de regels houdt en welke oplossingen er zijn.
Variatie of extra uitdaging:
Laat kinderen een rollenspel doen waarin ze situaties naspelen met en zonder regels en het verschil ervaren.
Bespreek samen wat de belangrijkste regel is die ze meenemen. Laat kinderen kort delen wat ze hebben geleerd over samenleven. Sluit af met het ophangen of bewaren van de gezamenlijke eilandregels, zodat deze zichtbaar blijven.
Zorg dat ieder kind zich veilig voelt om iets te zeggen en geef ook stillere kinderen de ruimte.
Speel in op wat kinderen nodig hebben en help bij overleggen zonder het over te nemen.
Werk in duidelijke stappen en geef steeds aan wat er verwacht wordt.
Laat kinderen zelf keuzes maken en stimuleer eigen ideeën.
Begeleid het samenwerken en benoem positief gedrag.
Laat zelf zien hoe je luistert en respectvol reageert.
Stel duidelijke grenzen en zorg dat iedereen aan bod komt.
Aan tafels met voldoende ruimte om in groepjes te werken en te overleggen.
Cognitieve ontwikkeling
Kinderen leren nadenken over oorzaak en gevolg. Ze maken keuzes en onderbouwen deze. Ze ontwikkelen inzicht in hoe regels functioneren.
Sociaal-emotionele ontwikkeling
Kinderen leren rekening houden met anderen en samenwerken. Ze ontwikkelen inlevingsvermogen en verantwoordelijkheidsgevoel. Ze ervaren hoe hun gedrag invloed heeft op de groep.
Taalontwikkeling
Kinderen verwoorden hun ideeën en luisteren naar anderen. Ze leren argumenteren en reageren. Hun woordenschat en communicatieve vaardigheden groeien.
Burgerschapsontwikkeling (Jij en de wereld)
Kinderen krijgen inzicht in samenleven, afspraken en verantwoordelijkheid. Ze ervaren dat regels bijdragen aan een veilige en fijne omgeving. Ze ontwikkelen bewustzijn van hun rol binnen een groep en de wereld om hen heen.