Op het eiland ligt een kostbare schat, maar die mag je niet met je handen aanraken! Kinderen voeren uitdagende beweegopdrachten uit en werken samen om de schat veilig te vervoeren.
Kinderen werken in groepjes en voeren verschillende beweegopdrachten uit waarbij ze een voorwerp (de “schat”) moeten verplaatsen zonder hun handen te gebruiken.
Zet een parcours uit met pionnen, lijnen of obstakels (bijv. zigzag, bochten, kleine hindernissen). Zorg voor verschillende “schatten” zoals ballen, pittenzakjes of zachte blokken. Zorg voor voldoende ruimte en duidelijke looproutes.
Vertel dat er op het eiland een schat ligt die vervoert moet worden, maar dat deze vervloekt is: je mag hem niet met je handen aanraken. Vraag kinderen hoe ze denken dat ze dit kunnen oplossen. Laat ze kort ideeën delen. Leg daarna uit dat ze verschillende manieren gaan proberen.
Stap 1: Verkennen van de opdracht
Laat kinderen eerst oefenen met het vasthouden van de “schat” zonder handen. Bijvoorbeeld tussen knieën, onder de kin of op de rug. Kinderen mogen experimenteren en ontdekken wat werkt en wat niet. Jij loopt rond en helpt waar nodig.
Stap 2: Eerste oversteek
Kinderen lopen één voor één het parcours met de schat tussen hun knieën of benen. De focus ligt op balans en controle. Jij moedigt aan en helpt bij opnieuw proberen als het niet lukt.
Stap 3: Samen vervoeren
Kinderen werken in tweetallen en moeten samen één schat vervoeren, bijvoorbeeld:
Hier ligt de nadruk op samenwerken en afstemmen. Kinderen moeten communiceren en bewegen op hetzelfde tempo.
Stap 4: Nieuwe uitdagingen toevoegen
Voeg variaties toe in het parcours:
Kinderen moeten hun strategie aanpassen en opnieuw nadenken over hoe ze bewegen.
Stap 5: Teamopdracht: meerdere schatten tegelijk
Elk groepje krijgt meerdere schatten die ze moeten verplaatsen. Ze moeten zelf bedenken hoe ze dit aanpakken: één voor één of meerdere tegelijk. Hier stimuleer je plannen, overleggen en taakverdeling.
Stap 6: Creatieve opdracht
Laat kinderen zelf een manier bedenken om de schat te vervoeren zonder handen. Ze mogen deze demonstreren aan de groep. Dit zorgt voor creativiteit en eigenaarschap.
Makkelijker:
Korter parcours en eenvoudige opdrachten (bijv. alleen lopen)
Moeilijker:
Langere afstanden, meerdere obstakels of snellere tijd
Variatie of extra uitdaging:
Maak er een estafette van of laat teams tegen elkaar strijden
Bespreek met de kinderen wat goed werkte en wat lastig was. Vraag welke oplossing het slimst of grappigst was. Sluit af met een compliment voor samenwerking en inzet.
Kan zowel binnen als buiten! Zorg voor een grote ruimte waar fijn vrij bewogen kan worden.
Motorische ontwikkeling
Kinderen oefenen hun balans, coördinatie en lichaamscontrole tijdens het bewegen met een voorwerp. Ze leren hun lichaam bewust te gebruiken en aan te passen aan verschillende situaties.
Sociaal-emotionele ontwikkeling
Kinderen werken samen en stemmen hun bewegingen op elkaar af. Ze leren communiceren, elkaar helpen en omgaan met succes en tegenslag.
Cognitieve ontwikkeling
Kinderen bedenken oplossingen en strategieën om de opdracht uit te voeren. Ze leren plannen, inschatten en flexibel denken wanneer iets niet lukt.