Vandaag is de BSO even een echte tv-studio. De kinderen doen mee aan hun eigen beweegprogramma met een presentator, een warming-up en een flinke dosis gekke sprongen. Armen in de lucht, voeten van de vloer en gaan.
In deze activiteit maken de kinderen kennis met beweegprogramma’s zoals je die op tv, online of in sportclips ziet. Ze doen bewegingen na, reageren op aanwijzingen van de presentator en mogen ook zelf korte beweegrondes bedenken.
Zorg voor een ruime plek waar kinderen veilig kunnen bewegen zonder tegen tafels, stoelen of elkaar aan te botsen. Haal losliggende spullen uit de ruimte en controleer of de vloer niet glad is. Buiten kan ook, als het terrein overzichtelijk en veilig is.
Zet eventueel een speaker klaar voor vrolijke muziek, maar de activiteit werkt ook prima zonder muziek. Bedenk van tevoren een paar eenvoudige bewegingen voor de start, zodat je niet midden in je “uitzending” hoeft te improviseren terwijl de kinderen je verwachtingsvol aankijken.
Verzamel de kinderen in een kring en vertel dat de BSO vandaag verandert in een echt beweegprogramma. Leg uit dat sommige programma’s op tv of online kinderen laten meedoen met dansjes, sportoefeningen of gekke beweegopdrachten, en dat jullie vandaag zo’n programma zelf gaan maken.
Start luchtig en energiek. Vertel dat jij eerst de presentator bent en dat de kinderen jouw studio-publiek zijn dat natuurlijk niet stil blijft zitten. Leg kort uit dat jullie eerst warm worden, daarna samen bewegen en dat kinderen later ook zelf presentator mogen zijn. Daarmee maak je een logische overgang naar de kern en weten kinderen meteen waar ze aan toe zijn.
Stap 1: Start van de uitzending
Laat de kinderen in een halve kring of verspreid door de ruimte staan. Vertel dat het programma begint en doe alsof je een echte presentator bent die de kijkers welkom heet. Dit theatrale begin helpt meteen om de aandacht te pakken en de activiteit een speels mediakarakter te geven.
Vraag de kinderen om goed te kijken en mee te doen. Herhaal dat het niet gaat om perfect bewegen, maar om lekker meedoen. Zo haal je de spanning eraf voor kinderen die het spannend vinden om “in beeld” te zijn, ook al is er helemaal geen camera
Stap 2: Warming-up met grote bewegingen
Begin met eenvoudige bewegingen: armen zwaaien, op de plek marcheren, knieën optillen, draaien met de schouders en een paar grote rekbewegingen. Doe alles duidelijk voor en gebruik een rustig tempo, zodat ieder kind makkelijk kan instappen.
Vertel steeds wat je doet en nodig de kinderen uit om hetzelfde te doen. Let erop dat kinderen voldoende ruimte hebben en niet te dicht op elkaar staan. Door de warming-up rustig op te bouwen, bereid je hun lijf voor op de rest van de activiteit en voorkom je dat ze meteen als stuiterballen door de ruimte gaan.
Stap 3: De eerste beweegronde
Introduceer nu een korte serie van vier of vijf bewegingen, bijvoorbeeld: twee keer springen, een rondje draaien, drie keer klappen boven je hoofd en tien tellen rennen op de plek. Laat de kinderen de serie eerst samen met jou doen. Herhaal hem daarna nog eens, zodat ze de volgorde herkennen.
Maak de serie speels en duidelijk. Gebruik grote gebaren en geef kinderen het gevoel dat ze midden in een uitzending zitten. Je kunt af en toe bewust wat extra enthousiasme inzetten; dat werkt vaak aanstekelijker dan welk fitnessfilmpje dan ook.
Stap 4: Meedoen met verrassingsopdrachten
Voeg nu losse opdrachten toe die kinderen meteen uitvoeren, zoals hurken als een kikker, springen als popcorn, sluipen als een kat of rennen als een supersnelle reporter die te laat is voor het nieuws. Door deze opdrachten af te wisselen, blijft de activiteit levendig en blijft de aandacht goed vast.
De kinderen luisteren, reageren en bewegen snel mee. Jij houdt het tempo erin, maar bewaakt ook de rust als het te wild wordt. Deze fase is ideaal om verschillende soorten bewegingen aan bod te laten komen zonder dat het schools of strak voelt.
Stap 5: Kinderen worden presentator
Nodig daarna om de beurt een kind uit om één beweging te bedenken die de groep moet nadoen. Dat kan iets simpels zijn, zoals hinkelen, springen of stampen, maar ook iets geks zoals “doe alsof je een robot-presentator bent”. Jij helpt het kind om duidelijk voor de groep te gaan staan en de opdracht kort uit te leggen.
De rest van de groep doet mee en ervaart hoe het is om te volgen. Het kind dat vooraan staat ervaart hoe het is om even de leiding te nemen. Zo ontstaat een fijne afwisseling tussen voordoen, volgen en zelf bedenken.
Stap 6: Gezamenlijke eindronde
Maak samen een laatste ronde waarin je drie of vier favoriete bewegingen van de kinderen combineert tot één korte “finale”. Herhaal deze nog één of twee keer, zodat de groep echt het gevoel krijgt dat ze samen een complete uitzending afronden.
Laat het tempo daarna geleidelijk zakken. Ga over van springen naar stappen, van stappen naar rekken en van rekken naar rustig ademhalen. Zo werk je vanzelf toe naar een rustige afsluiting.
Makkelijker
Gebruik alleen eenvoudige bewegingen die iedereen kent, zoals klappen, stampen, draaien en springen. Laat kinderen vooral meedoen zonder dat ze zelf iets hoeven te verzinnen.
Moeilijker
Laat kinderen twee of drie bewegingen achter elkaar bedenken in plaats van één. Je kunt ook werken met een korte volgorde die ze moeten onthouden en samen uitvoeren. Dat vraagt meer concentratie en coördinatie.
Variatie of extra uitdaging
Voeg muziek toe en laat kinderen bewegen op het ritme. Of werk met verschillende “programma-onderdelen”, zoals een dansronde, een dierensport-ronde en een supersnelle eindchallenge. Daarmee kun je dezelfde activiteit makkelijk nog eens doen zonder dat hij hetzelfde voelt.
Laat de kinderen rustig uitlopen door in een grote kring te stappen of langzaam op de plek te marcheren. Doe nog een paar eenvoudige rekbewegingen en laat de groep daarna weer zitten of in een kring staan. Zo breng je de energie stap voor stap terug naar beneden.
Blik kort terug met de kinderen. Vraag welke beweging ze het leukst vonden en hoe het was om zelf even presentator te zijn. Sluit af met een gezamenlijk applaus voor de hele groep en benoem dat ze er een echte BSO-uitzending van hebben gemaakt.
Doe zelf actief en enthousiast mee. Als jij met overtuiging springt, zwaait en een gekke robotbeweging voordoet, volgt de groep meestal vanzelf. Laat ook zien dat je best een foutje mag maken of moet lachen om een rare beweging; dat haalt de druk eraf!
Een leeg speellokaal of een grote groepsruimte. Buiten kan natuurlijk ook op een plein of grasveld.
Cognitieve ontwikkeling
Kinderen leren bewegingen herkennen, onthouden en in volgorde uitvoeren. Ze reageren op signalen en schakelen tussen verschillende opdrachten. Daardoor oefenen ze spelenderwijs hun aandacht en luistervaardigheid.
Sociaal-emotionele ontwikkeling
De kinderen bewegen samen en ervaren plezier in de groep. Ze merken dat hun eigen ideeën ertoe doen wanneer zij ook iets mogen voordoen. Dat vergroot hun zelfvertrouwen en hun gevoel van betrokkenheid.
Motorische ontwikkeling
Door te springen, draaien, bukken, klappen en rennen oefenen kinderen hun grove motoriek. Ze werken aan evenwicht, coördinatie en lichaamscontrole. Omdat de opdrachten afwisselend zijn, gebruiken ze hun hele lijf op een natuurlijke manier.
Taalontwikkeling
Kinderen luisteren naar beweeginstructies en koppelen woorden aan handelingen. Ze oefenen met het begrijpen van begrippen als springen, draaien, bukken en rekken. Wanneer ze zelf een beweging voordoen, gebruiken ze taal om iets uit te leggen aan de groep.