Op het eiland vinden we mysterieuze poeders, zaadjes en stukjes… wat zou het zijn? Kinderen gaan op ontdekkingstocht met specerijen: ruiken, voelen en raden
Kinderen maken kennis met verschillende specerijen door te kijken, voelen en vooral te ruiken. Ze ontdekken dat specerijen uit verschillende delen van de wereld komen en allemaal een eigen geur en vorm hebben.
Zet verschillende specerijen klaar in kleine bakjes of potjes. Denk aan: kaneelstokjes, komijnzaad, paprikapoeder, kurkuma, peperkorrels, kruidnagel, nootmuskaat. Zorg dat alles goed zichtbaar is en eventueel genummerd (zodat kinderen kunnen raden). De kinderen mogen dadelijk proeven. Wees extra voorzichtig, omdat kruiden en specerijen een sterke uitwerking kunnen hebben! Laat kinderen een puntje van de vinger proeven wanneer het een veilige specerij is en niet meer. Check van te voren allergieën.
Liever ruiken:
Vertel dat er op het eiland kleine mysterieuze dingen zijn gevonden: poeders, stokjes en zaadjes. Vraag aan de kinderen wat ze denken dat het is. Leg uit dat dit specerijen zijn en dat mensen deze gebruiken om eten smaak te geven.
Stap 1: Eerste ontdekking: wat zie je eigenlijk?
Leg alle specerijen zichtbaar neer. Laat kinderen eerst rustig kijken zonder te ruiken of te voelen. Vraag wat ze denken dat het is. Is het iets dat groeit? Of iets dat gemaakt is? Vertel daarna dat alles wat ze zien uit de natuur komt, maar dat het er anders uitziet omdat het gedroogd of gemalen is.
Stap 2: Voelen en onderzoeken: hoe ziet het eruit in het echt?
Kinderen mogen verschillende specerijen aanraken. Laat ze voelen aan bijvoorbeeld kaneelstokjes (hard en houtachtig), komijnzaad (klein en droog) en peperkorrels (rond en stevig).
Leg uit:
Stap 3: Ruiken: wat vertelt de geur?
Kinderen ruiken één voor één aan de specerijen. Laat ze beschrijven wat ze ruiken: sterk, zoet, warm, pittig. Koppel dit direct aan waar het vandaan komt:
Leg uit dat de geur sterker wordt doordat de specerijen worden gedroogd.
Stap 4: Van plant naar specerij: hoe komt dit op tafel?
Pak per specerij een voorbeeld en leg het proces uit in simpele stappen:
Bijvoorbeeld kaneel:
Bijvoorbeeld peper:
Bijvoorbeeld kurkuma:
Laat kinderen hierbij steeds kijken naar wat ze in handen hebben.
Stap 5: Raadspel: welke hoort waar bij?
Leg specerijen neer en laat kinderen raden:
Je kunt dit speels maken door groepjes te laten overleggen. Voor oudere kinderen kun je het zonder kijken doen (alleen ruiken).
Stap 6: Sorteren en verbanden leggen
Laat kinderen de specerijen sorteren in groepjes:
Bespreek samen waarom ze dit zo hebben ingedeeld.
Hier laat je kinderen echt nadenken en verbanden leggen.
Stap 6: Sorteren en verbanden leggen
Laat kinderen de specerijen sorteren in groepjes:
Bespreek samen waarom ze dit zo hebben ingedeeld. Hier laat je kinderen echt nadenken en verbanden leggen.
Stap 7: Wereldkaart moment (optioneel, vooral 7+)
Laat zien waar deze specerijen groeien (bijv. warme landen zoals India, Indonesië, Afrika). Leg uit dat specerijen niet overal groeien en daarom vroeger heel bijzonder en waardevol waren. Koppel dit terug: wat wij hier ruiken, komt van heel ver weg.
4–6 jaar:
Focus op ruiken, voelen en benoemen (kleur, geur, vorm).
7–9 jaar:
Laat kinderen actief raden en sorteren.
10–12 jaar:
Laat kinderen uitleggen hoe een specerij groeit en verwerkt wordt.
Laat kinderen één specerij kiezen die ze het meest interessant vonden. Vraag: wat vond je bijzonder: de geur, waar het vandaan komt of hoe het groeit? Sluit af met de conclusie dat al deze kleine dingen van over de hele wereld komen en ons eten smaak geven.
Binnen, aan tafel of in kring
Cognitieve ontwikkeling
Kinderen leren verbanden leggen tussen vorm, geur en herkomst. Ze begrijpen dat voedsel uit verschillende delen van planten komt. Dit stimuleert hun denkvermogen en nieuwsgierigheid.
Sociaal-emotionele ontwikkeling
Kinderen delen ervaringen en luisteren naar elkaar. Ze leren dat iedereen iets anders kan waarnemen. Dit versterkt hun zelfvertrouwen.
Motorische ontwikkeling
Kinderen gebruiken hun handen om te voelen en hanteren. Dit stimuleert fijne motoriek.
Taalontwikkeling
Kinderen leren woorden voor geuren, structuren en herkomst. Ze oefenen met beschrijven en uitleggen.
Zintuiglijke ontwikkeling
Kinderen gebruiken vooral hun reuk- en tastzin. Ze leren verschillen herkennen en benoemen. Dit versterkt hun zintuiglijke ontwikkeling.