Je lijf geeft de hele dag signalen af. Soms zegt het “yes!”, soms “mhh..” en soms heel duidelijk “stop!”. In deze activiteit gaan kinderen op onderzoek uit naar hun eigen lijfsignalen. Ze leren herkennen wat hun lichaam vertelt in verschillende situaties en ontdekken dat iedereen dat net even iets anders ervaart.
Kies een rustig moment waarop de groep niet gehaast is. Zorg voor voldoende tafelruimte en een plek waar je samen in de kring kunt starten en afsluiten. Leg papier, potloden en stiften klaar. Het is handig om vooraf een paar herkenbare situaties in je hoofd te hebben die je kunt gebruiken tijdens de activiteit, zoals buitenspelen, ruzie maken of iets nieuws proberen.
Je vraagt de kinderen of ze wel eens merken dat hun lijf iets laat voelen, zoals een snelle hartslag, warme wangen of wiebelige benen. Je benoemt dat dit allemaal signalen zijn en dat die vandaag centraal staan. Zo zet je de toon zonder het zwaar te maken.
Stap 1: Herkenbare situaties bespreken
Je noemt verschillende herkenbare situaties, zoals:
Vraag bij elke situatie: “wat doet jouw lijf dan?” Kinderen mogen reageren met woorden, gebaren of voorbeelden. Benoem wat je hoort en ziet, zonder te oordelen.
Stap 2: Mijn lijf-signalenkaart
De kinderen krijgen een vel papier en tekenen een simpel lichaam (stokmannetje is helemaal goed). In en rond het lijf tekenen of schrijven ze wat hun lichaam kan laten voelen, zoals:
Je loopt rond en stelt open vragen. Help ze woorden te vinden als dat nodig is.
Stap 3: Wat helpt mijn lijf?
Daarna laat je kinderen nadenken over wat hun lijf helpt in zo’n situatie. Dat kan rust zijn, bewegen, praten of juist even alleen zijn. In de BSO In Bloei training heb je geleerd over het nut van stoeien. Neem je dat ook mee? Ze tekenen of schrijven dit naast hun lijf-signalen. Zo leren ze dat ze zelf invloed hebben of hoe ze met hun lijf omgaan.
Sluit de kring af en vraag wie iets wil delen over een lijfsignaal dat ze hebben ontdekt. Benadruk dat iedereen andere signalen heeft en dat dat normaal is.
Een groepsruimte met plek voor een kring en tafels om aan te werken. Er moet ruimte zijn om rustig te zitten en eventueel te bewegen.
Cognitieve ontwikkeling
Kinderen leren verbanden leggen tussen situaties, gevoelens en lichamelijke signalen. Ze ontwikkelen meer inzicht in hoe hun lijf reageert op wat ze meemaken.
Sociaal-emotionele ontwikkeling
Door te delen en te luisteren leren kinderen dat iedereen anders reageert. Dit vergroot hun zelfinzicht en hun begrip voor anderen.
Taalontwikkeling
Kinderen oefenen met het verwoorden van lichamelijke ervaringen en gevoelens. Ze breiden hun woordenschat uit met woorden die passen bij lichaamssignalen.