De planeten in ons zonnestelsel zweven als een familie door het heelal. Ze draaien met zijn allen om de zon. Doe jij mee met de planetendans?
Deze activiteit is makkelijker te doen in een ruimte waar de kinderen zich vrij kunnen bewegen. Denk bijvoorbeeld aan de gymzaal of buiten.
Verzamel hoepels. Versier één hoepel als zon, door bijvoorbeeld gele stroken crêpe papier er omheen te binden. Houd deze hoepel apart. Schrijf op een papiertje de namen van de planeten. Vanaf de zon zijn dit: Mercurius, Venus, Aarde, Mars, Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus. Zorg dat je dit briefje bij de hand houdt, zodat je snel verschillende planeten kunt noemen.
Laat de kinderen in een kring op de grond zitten en start een gesprek. Stel bijvoorbeeld vragen zoals, “In welke plaats wonen wij?”, “Op welke planeet wonen wij?”, “Kennen jullie misschien meer planeten?”. Bespreek vervolgens kort de namen van de acht planeten van het zonnestelsel. Dit zijn Mercurius, Venus, Aarde, Mars, Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus. De zon en de maan zijn geen planeten, maar sterren.
Verspreid acht hoepels door de ruimte heen: dit zijn de planeten. Leg de gelen hoepel (de zon) in het midden neer. De kinderen zijn in dit spel raketten en gaan van de ene planeet naar de andere planeet vliegen. Dit doen ze door tussen de hoepels te rennen, springen of hoepelen. De kinderen mogen pas op een planeet landen (in een hoepel gaan staan) als ze de naam van één van de acht planeten voorbij horen komen. Tussendoor kun je dus andere woorden noemen, zoals appel, schoen, bloem, raket, etc. De kinderen mogen apart of met meerdere in een hoepel gaan staan. Zolang ze niet in de hoepel van de zon gaan staan! Daar is het namelijk veel te warm!
Om het moeilijker te maken, kun je een voor heen een hoepel een naam van een planeet geven. Zo moeten ze gericht door de ruimte bij de juiste planeet komen.
Afwisselend kan een kind ook de taak krijgen om woorden en planeten om te roepen. Zo zijn ze actief betrokken en aan het oefenen met de namen van de planeet.
Optie 1: ruimtelijke oriëntatie oefenen
Nadat de hoofd activiteit is gedaan, kun je deze activiteit doen ter uitbreiding. De leerlingen gaan in een eigen hoepel staan. Het kan zijn dat sommige kinderen eerst moeten kijken. Ga als PP zelf in de centrale hoepel staan, de zon, die nog in het midden ligt. Om de ruimtelijke oriëntatie te oefenen kun je de kinderen de volgende opdrachten geven:
Deze uitbreiding kun je een aantal keer herhalen.
Optie 2: Rondje om je eigen planeet
In de inleiding heb je al uitgelegd dat planeten om de zon draaien, daarom ligt de gele hoepel in het midden. Maar planeten draaien ook nog eens om hun eigen as. Dit gaan de kinderen nu ook met hun eigen planeet (hoepel) doen. Geef de volgende instructie:
“Rol de planeten als een wiel om de zon. Blijf naast je hoepel lopen.” De kinderen kunnen hier eerst mee oefenen, waarbij ze opletten dat ze niet tegen elkaar aan botsen.
Om het moeilijker te maken kunnen de kinderen daarnaast ook nog eens met de planeet spinnen, terwijl ze ook blijven lopen om de zon heen.
De laatste uitdaging zou zijn om alle planeten, behalve Venus!, tegen de klok in te laten draaien zoals het in de werkelijkheid ook gaat.
Aan het einde van het spel kunnen de namen van de planeten herhaald worden. Vraag waarom de zon in het midden ligt. Dit komt natuurlijk doordat de planeten om de zon heen draaien!
Geef de kinderen genoeg tijd om te onthouden welke planeten er zijn en wat de opdrachten tijdens het spel zijn. Vooral bij de jongste BSO kinderen is herhaling en fouten mogen maken belangrijk.
Deze activiteit is makkelijker te doen in een ruimte waar de kinderen zich vrij kunnen bewegen. Denk bijvoorbeeld aan de gymzaal of buiten.
Motorische ontwikkeling
Kinderen oefenen in deze activiteit met rennen, springen, huppelen en draaien. Dit bevordert coördinatie, evenwicht en lichaamsbewustzijn. Het hanteren van de hoepels en het zorgvuldig bewegen rond of met de hoepel, stimuleert hand-oogcoördinatie en precisie bij jongere kinderen.
Cognitieve ontwikkeling
Kinderen leren de namen van de planeten en de volgorde vanaf de zon. Ze leren basisprincipes van het zonnestelsel, zoals de ligging van de planeten en dat planeten om de zon draaien en zelf ook nog roteren.
In de uitbreiding optie 2, leren de kinderen dat de planeten tegen de klok indraaien, behalve Venus.
In de uitbreiding optie 1, oefenen kinderen met ruimtelijk inzicht en hun oriëntatie in de ruimte. Ze leren afstand, richting en positie in te schatten. Evenals omschrijvingen zoals ‘naast’, ‘in’, ‘onder’ toe te passen in de praktijk.
Het spel vraagt dat de kinderen luisteren en snel leren reageren. Dit versterkt focus en impulsbeheersing.
Taalontwikkeling
Het benoemen van de planeten en andere woorden tijdens het spel stimuleert de woordenschat. Ze oefenen met het herhalen van de planeten en passen kennis toe in speelse context.
Sociaal-emotionele ontwikkeling
Kinderen werken samen en helpen elkaar. Ze leren omgaan met beurten nemen en elkaar aanmoedigen. Ze leren probleemoplossend te denken en luisteren naar regels.