Kun je je eigen lijf altijd vertrouwen? In deze activiteit ontdekken kinderen dat hun gevoel soms iets anders vertelt dan wat er echt gebeurt. Met een simpel maar verrassend proefje ervaren ze hoe slim, en soms misleidend, hun lichaam werkt.
In deze activiteit ervaren kinderen hoe hun temperatuurgevoel werkt. Ze onderzoeken dat hun lichaam voortdurend vergelijkt en zich aanpast aan wat het eerder voelde. Door eerst te beleven, daarna te interpreteren en tot slot betekenis te geven, komen kinderen zelf tot inzichten. De activiteit stimuleert nieuwsgierigheid, kritisch denken en bewustwording van het eigen lichaam.
Zorg voor een rustige ruimte waar kinderen geconcentreerd kunnen werken. Zet drie stevige bakken of teiltjes klaar: één met koud water, één met lauw water en één met warm water (duidelijk warm, maar veilig en niet heet). Leg voldoende handdoeken klaar. Zet de bakken in een vaste volgorde en test vooraf zelf de temperatuur. Zorg dat kinderen weten dat ze altijd mogen stoppen als iets niet prettig voelt.
Je start met een kort gesprek in de kring. Je vraagt wanneer iets koud of warm aanvoelt en of dat altijd hetzelfde is voor iedereen. Laat kinderen voorbeelden noemen uit hun eigen ervaring, zoals zwemmen, douchen of sneeuw aanraken. Daarna leg je uit dat jullie een proefje gaan doen om te ontdekken of je lijf altijd gelijk heeft.
Na deze tijd halen de kinderen beide handen tegelijk uit het water en steken ze ze direct in het lauwe water. Je vraagt hen om even niets te zeggen, maar goed te voelen wat er gebeurt. Deze stilte helpt om echt waar te nemen wat hun lijf vertelt.
Laat kinderen ervaringen met elkaar vergelijken. Niet om gelijk te krijgen, maar om te ontdekken dat niet iedereen exact hetzelfde voelt. Je laat ze het proefje opnieuw doen, maar dan met de handen omgewisseld. Zo kunnen ze controleren of het effect terugkomt.
Je benoemt dat het lichaam altijd vergelijkt met wat het net heeft meegemaakt. Daardoor kan je gevoel soms anders zijn dan de werkelijkheid. Je maakt de link naar dagelijkse situaties, zoals douchen of van buiten naar binnen komen in de winter. Zo wordt de ervaring betekenisvol en herkenbaar.
Uitbreiding
Je laat de kinderen hun handen afdrogen en komt nog één keer samen in de kring. Je vat kort samen dat het lichaam slim is, maar soms ook kan “foppen”. Je benadrukt dat ontdekken en twijfelen erbij hoort bij proefjes doen. Daarna rond je rustig af en ga je over naar een ander moment.
Een rustige ruimte met een stabiele tafel of vloeropstelling waar kinderen veilig kunnen staan of zitten.
Cognitieve ontwikkeling
Kinderen ontdekken dat waarneming niet altijd gelijk is aan werkelijkheid. Ze vergelijken ervaringen en trekken conclusies.
Sociaal-emotionele ontwikkeling
Kinderen leren dat iedereen anders kan voelen en dat verschillen normaal zijn.
Taalontwikkeling
Kinderen oefenen met het verwoorden van lichamelijke sensaties en ervaringen.