Hoe worden de producten die je in de winkel koopt eigenlijk gemaakt? Waar komen die aardappelen, paprika’s en appels vandaan? Laten we op onderzoek gaan!
Het doel van deze activiteit is dat de kinderen leren wat de oorsprong van producten zijn die in de supermarkt liggen. Hiervoor ga je samen met de kinderen op bezoek bij een keten in de voedselvoorziening of langs bij de boer.
Denk van tevoren zelf na over welke ketens in de voedselvoorziening er in jouw omgeving te vinden zijn, waar je met de kinderen langs zou kunnen gaan. Denk hierbij aan: de aardappelboer, pluktuinen, de tuinders in de omgeving of een restaurant waar ze zelf groenten verbouwen in de tuin. Zorg ervoor dat je al weet waar jullie langs kunnen gaan en wat de kinderen daar gaan ontdekken.
Vraag de kinderen of zij weten waar de producten die in de supermarkt liggen vandaan komen? Ga in gesprek over de oorsprong van een aantal producten die zij kennen zoals aardappelen voor patatjes, het meel en de eieren voor de pannenkoeken of de appels voor de appeltaart. Laat de kinderen ook zelf producten aandragen en bedenk dan samen waarvan het van gemaakt is en waar het vandaan komt. Ga vooral in op de essentie van deze activiteit: de aardappelen worden niet in de supermarkt gemaakt, alle producten komen ergens anders vandaan en worden ergens gemaakt.
Leg dan uit dat jullie op bezoek gaan bij de door jou gekozen voedselketen. Vertel de kinderen wat daar verbouwd of gemaakt wordt en wat jullie daar precies gaan doen. Wat weten de kinderen hier al van en wat hopen ze daar te ontdekken?
Tijdens het bezoek aan de voedselketen laat je je alles vertellen over de oorsprong van het product of als een rondleiding niet mogelijk is, verdiep jij je hier van te voren in en vertel jij de kinderen alles wat je weet! Zorg ervoor dat het goed zichtbaar is wat de oorsprong is van het product en dat het product meegenomen kan worden naar de bso.
Als afsluiting gaan jullie het meegenomen product natuurlijk verwerken! Bedenk samen met de kinderen welk gerecht er gemaakt kan worden of eet het samen met de kinderen op tijdens het fruit/groente/brood moment. Vinden de kinderen het lekker? Gaan ze het vaker eten of papa en mama aansporen om ermee te koken?
Woon je in een agrarische omgeving, dan kun je ook verschillende producten verzamelen bij verschillende ketens. Haal het meel bij de molen, de eieren bij de boer en de melk bij de melkboerderij. Weten de kinderen wat we hiervan kunnen maken? Hier kun je zelf natuurlijk eindeloos mee variëren. Een tuinder heeft verschillende groentes beschikbaar, kunnen we hier lekker groentesoep van maken misschien?
De oudere kinderen hebben in deze activiteit misschien wat meer uitdaging nodig. Bedenk daarom altijd, wat kunnen de kinderen zelf? Laat de kinderen vooraf al bedenken wat zij tijdens het bezoek willen vragen en stimuleer hen om vragen te stellen tijdens de rondleiding. Laat de kinderen vervolgens zelf op zoek gaan naar een recept om het product te verwerken en laat ze bedenken wat er dan nog meer nodig is. Zo ook tijdens de bereiding van het gerecht, laat je de kinderen zoveel mogelijk zelf doen.
Weeg hierbij de risico’s voldoende af!
De kinderen gebruiken hun motoriek om het product te verwerken.