De vogels rondom de BSO krijgen vandaag een eigen snackbar! De kinderen maken samen eenvoudige voerhangers met geschikt vogelvoer en hangen deze buiten op een goede plek.
De kinderen maken kennis met wat vogels eten en ontdekken dat dieren ander voedsel nodig hebben dan mensen. Samen maken ze eenvoudige voerhangers met voer dat geschikt is voor wilde tuinvogels. Tijdens het maken praten jullie over verschillende vogels die rondom de BSO kunnen leven en wat zij eten.
Kies vooraf een veilig recept en gebruik uitsluitend ongezouten en ongekruid voer dat geschikt is voor wilde vogels. Gebruik bijvoorbeeld vogelzaad, zonnebloempitten en havermout en vermijd plastic netjes waarin vogels verstrikt kunnen raken. Controleer ook bij deze activiteit allergieën bij kinderen, omdat zij de ingrediënten wel aanraken. Kies buiten alvast een rustige plek waar de voerhangers later veilig kunnen worden geplaatst.
Laat een bakje vogelzaad zien en vraag: wie zou dit lekker vinden? Bekijk samen de verschillende zaadjes en bespreek welke vogels de kinderen rondom de BSO kennen, zoals mussen, merels, mezen en duiven. Vertel dat de kinderen vandaag geen eten voor zichzelf maken, maar kok worden voor de vogels. Bespreek daarbij dat goede dierenkoks eerst uitzoeken wat hun gasten veilig kunnen eten.
Stap 1: Ontdekken
Zet verschillende geschikte soorten vogelvoer in bakjes en laat kinderen kijken en voelen. Vergelijk bijvoorbeeld kleine zaadjes, grotere zonnebloempitten en havermout. Vraag wat hen opvalt aan kleur, vorm en grootte en vertel dat verschillende vogels verschillende voorkeuren kunnen hebben.
Stap 2: Maak de basis van de voerhanger
Gebruik bijvoorbeeld een dennenappel die vooraf schoon en geschikt is bevonden of een andere veilige open voerhouder. De kinderen brengen met hulp van de pedagogisch professional een geschikte eetbare basis aan waaraan het vogelzaad kan blijven plakken. Gebruik geen materialen die als losse plastic draadjes buiten kunnen achterblijven.
Stap 3: Tijd voor de vogelmix
Laat kinderen hun voerhanger door het vogelzaad rollen of de zaden er voorzichtig tegenaan drukken. Ze kunnen verschillende geschikte ingrediënten combineren. De hanger hoeft niet perfect te zijn: vogels geven gelukkig geen punten voor presentatie.
Stap 4: Zoek een goede plek
Ga samen naar buiten en kijk waar vogels regelmatig komen. Kies een plek waar vogels veilig kunnen landen en eten en waar jullie de hanger later kunnen controleren. Hang hem zo op dat kinderen er niet telkens tegenaan lopen en dat de plek goed bereikbaar blijft voor onderhoud.
Stap 5: Snackbar geopend!
Bekijk samen het eindresultaat en ga daarna een stukje bij de voerplek vandaan staan. Misschien verschijnt er al een vogel, maar dat hoeft natuurlijk niet tijdens de activiteit te gebeuren. Spreek af dat jullie de komende dagen regelmatig vanuit de BSO kijken of er bezoekers zijn geweest.
Makkelijker: Gebruik een kant-en-klare open voerhouder die kinderen alleen met geschikt vogelvoer hoeven te vullen.
Moeilijker: Laat kinderen twee verschillende voermixen maken en later observeren welke het meest bezocht wordt.
Variatie of extra uitdaging: Maak een eenvoudig vogelbord waarop kinderen gedurende de week kunnen aangeven welke vogels zij bij de voerplek hebben gezien.
Bekijk samen waar de voerhangers hangen en vraag wat de kinderen vandaag hebben ontdekt over vogelvoer. Herhaal dat eten voor mensen niet automatisch geschikt is voor dieren en dat je dus altijd moet weten wat een dier mag hebben. Spreek af dat jullie de voerplek schoon houden en regelmatig controleren. Was daarna allemaal goed de handen.
Binnen en buiten. Binnen maken de kinderen de voerhangers aan een goed schoon te maken tafel. Buiten is een rustige, overzichtelijke plek nodig waar de voerplek veilig kan worden geplaatst en later gecontroleerd.
Cognitieve ontwikkeling
Kinderen ontdekken dat vogels specifiek voedsel nodig hebben en dat niet ieder voedingsmiddel geschikt is. Ze vergelijken verschillende soorten voer en leggen een eerste verband tussen dieren en hun voedsel.
Sociaal-emotionele ontwikkeling
Kinderen ervaren hoe het is om gezamenlijk iets voor dieren in hun omgeving te verzorgen. Ze oefenen met samenwerken, delen en zorgvuldig omgaan met levende dieren.
Motorische ontwikkeling
Scheppen, vullen, rollen en aandrukken stimuleren de fijne motoriek en oog-handcoördinatie. Bij het ophangen en neerzetten oefenen kinderen doelgericht handelen.
Taalontwikkeling
Kinderen leren woorden rondom vogels, zaden, voeren en voedsel gebruiken. Ze vertellen wat ze zien en bespreken samen welke keuzes geschikt zijn.