In deze dierenmemory koppelen kinderen verschillende dieren aan het voedsel dat bij hen past. Van zeedieren tot vogels en van insecten tot grote landdieren: wie weet uiteindelijk welk voer bij welk dier hoort? En durf jij zelf iets te proeven?
De kinderen spelen een memoryspel waarbij iedere set bestaat uit één dierenkaart en één bijpassende voedselkaart. Ze ontdekken dat dieren heel verschillend eten en dat hun leefgebied, lichaamsbouw en manier van leven vaak iets zeggen over hun voedsel. Tijdens het spel leggen kinderen uit waarom zij denken dat twee kaarten bij elkaar horen en ontdekken ze bijvoorbeeld het verschil tussen planteneters, vleeseters en alleseters.
Maak vooraf twintig dierenkaarten en twintig bijbehorende voedselkaarten (zie voorbeelden hieronder) en print deze bij voorkeur op stevig papier of lamineer ze voor hergebruik. Leg de kaarten door elkaar en met de afbeelding naar beneden op een grote tafel of op de vloer. Controleer vooraf alle informatie op de kaarten en zorg dat voedselvoorbeelden duidelijk en herkenbaar zijn.
Voorbeelden landdieren
Voorbeelden vogels en vliegende dieren
Voorbeelden waterdieren
Inleiding
Laat eerst één dierenkaart zien, bijvoorbeeld een panda, en leg drie voedselkaarten neer: bamboe, vis en gras. Vraag welk voedsel volgens de kinderen bij de panda hoort en vooral waarom. Leg daarna uit dat ze vandaag twintig dieren gaan koppelen aan hun juiste menu. Sommige antwoorden liggen voor de hand, maar bij andere dieren moeten de kinderen misschien even flink nadenken.
Stap 1: Maak kennis met de dieren
Bekijk voordat de kaarten omgedraaid worden kort de twintig dieren die in het spel voorkomen. Laat de kinderen benoemen of het dier vooral op het land, in het water of in de lucht leeft en wat zij al denken dat het eet. Geef nog niet alle antwoorden weg; een beetje twijfel maakt de memory juist leuker.
Stap 2: Leg de memory klaar
Leg alle veertig kaarten met de afbeelding naar beneden in nette rijen. Een kind draait per beurt twee kaarten om en probeert een dier met zijn bijpassende voedsel te vinden. Twee dieren of twee voedselkaarten vormen dus nooit een paar.
Stap 3: Leg je keuze uit
Wanneer een kind denkt een goed paar te hebben gevonden, laat je het kort uitleggen waarom de kaarten bij elkaar horen. Een combinatie telt pas als paar nadat duidelijk is dat het voedsel inderdaad bij het dier past. Is het niet goed, dan worden beide kaarten weer omgedraaid en is de volgende speler aan de beurt.
Stap 4: Vergelijken
Wanneer meerdere paren gevonden zijn, leg je ze zichtbaar bij elkaar. Bespreek tussendoor verschillen: welke dieren eten planten, welke jagen op andere dieren en welke eten van alles? Laat kinderen ook zoeken naar dieren die ongeveer hetzelfde eten maar toch op heel verschillende plekken leven.
Stap 5: Maak de dierenmenukaart compleet
Als alle paren gevonden zijn, leggen jullie de twintig koppels overzichtelijk neer. Loop ze samen nog één keer langs en laat verschillende kinderen kort vertellen wat hen verraste. Het spel eindigt niet met één winnaar; samen hebben de kinderen uiteindelijk het hele dierenrestaurant van de juiste menu’s voorzien.
Makkelijker: Speel met tien dieren in plaats van twintig en leg alle voedselkaarten zichtbaar neer. Kinderen hoeven dan alleen een dierenkaart om te draaien en het juiste menu erbij te zoeken.
Moeilijker: Voeg kaartjes toe met leefgebied of type eter, zoals planteneter, vleeseter en alleseter. Kinderen moeten dan drie kaarten correct aan elkaar koppelen.
Variatie of extra uitdaging: Maak een klein proefplateau met uitsluitend veilige voedingsmiddelen die ook door mensen gegeten kunnen worden en die aansluiten bij een paar dieren uit het spel. Kinderen kunnen bijvoorbeeld komkommer of bladgroente bij het konijn, een ongezouten noot of zaad bij de eekhoorn, mango of ander passend fruit bij een fruitetend dier, of een klein stukje zeewier als koppeling met zeedieren bekijken en eventueel proeven. Controleer altijd allergieën en overige risico’s en benadruk dat dit menselijke proefversies zijn: kinderen eten uiteraard geen insecten, rauwe vis of ander werkelijk dierenvoer.
Leg alle gevonden paren nog één keer naast elkaar en vraag welke combinatie kinderen het meest verrassend vonden. Laat ze één dier kiezen waarvan ze het menu nu zeker zullen onthouden. Bespreek ook kort dat een dier niet zomaar alles kan eten wat mensen eten en dat voedsel altijd bij het dier moet passen. Ruim daarna samen de kaarten en eventuele proefmaterialen op.
Binnen of buiten, aan een grote tafel of op een schone vloer waar alle veertig kaarten overzichtelijk in rijen kunnen liggen. Zorg dat alle kinderen goed bij de kaarten kunnen en dat er rondom voldoende plek is om te zitten. Voor de proefvariant gebruik je een aparte, schone tafel zodat spelkaarten en voedingsmiddelen gescheiden blijven.
Cognitieve ontwikkeling
Kinderen leggen verbanden tussen dieren, voedsel en leefwijze. Ze gebruiken geheugen, logisch redeneren en voorkennis om de juiste koppels te vinden.
Sociaal-emotionele ontwikkeling
Kinderen oefenen met beurt nemen, omgaan met een fout antwoord en elkaar ruimte geven. Ze leren waardering tonen voor verschillende ideeën en redeneringen.
Taalontwikkeling
Kinderen benoemen dieren en verschillende soorten voedsel en leggen hun keuzes mondeling uit. Ze leren woorden zoals planteneter, vleeseter, prooi, nectar, krill en bamboe in een betekenisvolle context gebruiken.
Rekenontwikkeling
Kinderen tellen gevonden paren en vergelijken aantallen tussen spelers of teams. Ze oefenen spelenderwijs met ordenen, categoriseren en het herkennen van combinaties.
Motorische ontwikkeling
Het gericht omdraaien, pakken en terugleggen van kaarten stimuleert fijne motoriek en oog-handcoördinatie. Bij de proefvariant gebruiken kinderen daarnaast bestek, bakjes en kleine porties op een gecontroleerde manier.